Over de Citroenvlinder
De citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) is een van de eerste vlinders die je in het voorjaar kunt zien. Mannetjes vallen op door hun heldere citroengele kleur, terwijl vrouwtjes veel bleker zijn en groenachtig witte vleugels hebben. Bij beide geslachten hebben de vleugels een karakteristieke bladvorm met duidelijke nerven. Wanneer de vlinder met gesloten vleugels tussen het groen zit, valt hij daardoor nauwelijks op.
Citroenvlinders zijn bijzonder omdat ze als volwassen vlinder overwinteren. Ze verschuilen zich tijdens de koude maanden tussen dichte begroeiing, bijvoorbeeld in struiken of graspollen. Op zachte, zonnige dagen kunnen de eerste exemplaren al vroeg in het jaar tevoorschijn komen. In Nederland zijn citroenvlinders na de overwintering vooral te zien van begin februari tot begin juni. De nieuwe generatie vliegt vervolgens vanaf eind juni tot in het najaar.
De citroenvlinder komt in grote delen van Nederland voor. Je vindt hem vooral op zonnige plekken langs bosranden, in open bossen, houtwallen en struwelen, maar ook in parken en tuinen.
Voedsel voor citroenvlinders
Volwassen citroenvlinders drinken nectar van allerlei bloemen. Een tuin met verschillende nectarrijke planten kan daarom van het vroege voorjaar tot in het najaar voedsel bieden.
Omdat overwinterende citroenvlinders al vroeg actief kunnen worden, zijn vroegbloeiende planten extra waardevol. Onder andere wilg, paardenbloem, sleedoorn en pinksterbloem kunnen in het voorjaar nectar leveren. Later in het jaar bezoeken citroenvlinders bijvoorbeeld braam, kattenstaart, koninginnekruid, marjolein en vlinderstruik.
Door verschillende soorten planten te kiezen die verspreid over het seizoen bloeien, is er langer nectar beschikbaar. Vooral zonnige en beschutte plekken zijn aantrekkelijk voor vlinders om te drinken en op te warmen.
Planten voor rupsen van de citroenvlinder
De rupsen van de citroenvlinder zijn veel kieskeuriger dan de volwassen vlinders. Ze leven vrijwel uitsluitend van sporkehout, ook wel vuilboom genoemd (Frangula alnus), en wegedoorn (Rhamnus cathartica). Het vrouwtje zet haar eitjes afzonderlijk af op jonge blaadjes, zodat de rupsen direct voedsel vinden zodra ze uitkomen.
Heb je voldoende ruimte, dan kun je met een van deze inheemse struiken de volledige levenscyclus van de citroenvlinder ondersteunen. Sporkehout komt in Nederland vooral voor op zand- en veengronden en groeit onder andere in bossen en langs heidevelden. Wegedoorn heeft meer voorkeur voor kalk- en leemrijke bodems en komt onder andere voor in beek- en rivierdalen en delen van het duingebied.
Combineer deze waardplanten met verschillende nectarrijke bloemen in de omgeving. Zo vinden zowel de rupsen als de volwassen citroenvlinders voedsel in je tuin.
Fotogalerij
Specificaties
| Wetenschappelijke naam |
Gonepteryx rhamni
|
|---|---|
| Familie |
Pieridae
|
| Habitat |
De citroenvlinder komt van West-Europa en Noord-Afrika tot Siberië voor. Hij is vooral te vinden langs bosranden en struwelen in parken en tuinen. Ze vliegen in de periode van februari tot mei en van juli tot oktober. De citroenvlinder overwintert als volwassen vlinder in struikgewas of dichte graspollen.
|
| Voedsel |
Het citroentje drinkt nectar van meerdere bloemsoorten, zoals distels, vlinderstruik en koninginnenkruid. De twee voedselplanten voor de rupsen zijn sporkehout en wegedoorn.
|
| Hoogte |
5-6cm
|
| Gewicht |
0,1g
|
| Broedtijd |
April
|
| Nest |
De eitjes (ca. 100 stuks) worden afzonderlijk afgezet op jonge takken en bladeren van Rhamnus frangula (sporkehout) en Rhamnus cathartica (wegedoorn).
|
| Geluid |
Citroenvlinders hebben geen herkenbaar gezang of kenmerkende roep. Net als andere vlinders zijn ze voor het menselijk oor vrijwel stil wanneer ze vliegen, eten en met elkaar omgaan.
|
| Kenmerken |
De citroenvlinder is een elegante dagvlinder die gemakkelijk te herkennen is aan zijn bladachtige vleugels. Het mannetje heeft een opvallend citroengeel verenkleed, terwijl het vrouwtje lichtgroen tot witgeel van kleur is. Dankzij de spitse vleugelvorm is de citroenvlinder uitstekend gecamoufleerd tussen bladeren. Het is een van de eerste vlinders die je in het voorjaar ziet, omdat hij als volwassen vlinder overwintert. Je komt hem vooral tegen in bloemrijke tuinen, bosranden en parken, waar hij nectar zoekt en een belangrijke rol speelt als bestuiver.
|
| Jongen |
Het vrouwtje zet haar eieren in april af op bladeren van de vuilboom (sporkehout) en wegedoorn. De rupsen eten namelijk enkel bladeren van deze planten.
|
Veelgestelde vragen over de citroen vlinder
Overwintert de citroenvlinder als vlinder?
Anders dan de meeste dagvlinders hangt hij de hele winter als volwassen vlinder in dichte vegetatie, zoals hulst, klimop of een graspol. Zelfs flinke vorst overleeft hij daar. Daardoor is de citroenvlinder vaak de allereerste vlinder die je in het vroege voorjaar ziet vliegen.
Hoe oud wordt een citroenvlinder?
Met een levensduur tot ongeveer een jaar is de citroenvlinder een van de langstlevende dagvlinders van Nederland. De vlinders verschijnen in juli, overwinteren als vlinder en vliegen na de paring in het voorjaar door tot in juni. De meeste andere dagvlinders leven maar enkele weken.
Hoe lok je de citroenvlinder naar je tuin?
Plant nectarrijke bloemen zoals koninginnenkruid, vlinderstruik en grote kattenstaart, daar komt hij graag op af. Wil je de soort echt helpen, zet dan ook sporkehout of wegedoorn in de tuin. Dat zijn de enige twee planten waarop de rupsen kunnen leven.
Is de citroenvlinder zeldzaam in Nederland?
Zeldzaam is hij zeker niet: de citroenvlinder is een algemene standvlinder die verspreid over vrijwel het hele land voorkomt. Alleen in sommige zeekleigebieden en polders zie je hem minder. Het is een mobiele vlinder die grote afstanden aflegt, dus ook in tuinen zonder waardplant kan hij zomaar opduiken.



