Help vogels de winter door; 11 tips voor het voeren van vogels in de winter

 

Een bericht van Stepheny

Het helpen van tuinvogels is een leuke en dankbare bezigheid! Door de vogels te voorzien van geschikt voer en huisvesting, draag je een steentje bij aan het op peil houden van het teruglopend aantal van veel algemene vogelsoorten. Bovendien laten de vogels zich zo nog meer in je tuin zien en geniet jij van al het leven om je huis. Vogels voeren kan en mag het hele jaar, echter kan de energiebehoefte van vogels per seizoen verschillen.

Hoe help je tuinvogels het beste? Vivara geeft tips en weetjes!

Tip 1: Voer het hele jaar door 

Vogels gebruiken het hele jaar veel energie. In de winter om zich op temperatuur te houden. In het voorjaar om te nestelen en om eieren te leggen, daarna om hun territorium te verdedigen en hun jongen groot te brengen. In het najaar moeten ze weer reserves opbouwen voor de winter. Je kunt vogels het hele jaar bijvoeren. Ze zullen zich niet volproppen als hun honger gestild is. Ook zullen ze niet verleren om zelf voedsel te vinden. In de winter kunnen vogels weinig insecten, bessen en zaden vinden, zeker als het vriest of als er sneeuw ligt. Vogels komen daarom zeker in de winter gemakkelijker in de buurt van je huis. In ruil voor een beetje voer laten ze zich heel goed van dichtbij bekijken. Met de Vivara Raamposter Tuinvogels bij de hand zie je in één oogopslag welke vogels er in je tuin rondvliegen.

Tip 2: Voer alleen geschikt vogelvoer

Menselijke voedselresten zoals droog brood, kaasrandjes, stukjes worst of pindakaas zijn niet geschikt voor vogels. Deze producten bevatten veel te veel zout, kruiden, kunstmatige kleur- en smaakstoffen en conserveringsmiddelen. Allemaal stoffen die voor een vogel, die vele malen minder weegt dan wij, gevaarlijk zijn en een niet te onderschatten impact hebben op hun gezondheid. Het enige ‘menselijke’ dat je vogels wel aan kunt bieden zijn stukjes appel. Iedere vogel heeft zo zijn eigen voedselvoorkeur. Hoe meer soorten voer in je tuin te vinden zijn, hoe groter de diversiteit aan vogels die je tuin zullen bezoeken. Uit onderzoek is gebleken dat het standaard vogelvoer dat op veel plaatsen wordt verkocht, te weinig voedingsstoffen voor vogels bevat en niet speciaal voor tuinvogels is vervaardigd. Daarom is het van belang dat je vogelvoer koopt dat is samengesteld met hoge voedingswaarden aan vetten, oliën, koolhydraten, mineralen en vitaminen.   

Vogelvoer

Tip 3: Welke soorten vogelvoer kun je het beste voeren?

Een geschikt aanbod van vogelvoer in je tuin of op je balkon bestaat uit zaden, pinda’s en vetten. Bij zaden is het oliegehalte erg belangrijk. Kijk bij het kopen van zonnebloempitten, kernen  en zadenmixen vooral naar de energiewaarde die op de verpakking staat aangegeven en minder naar de prijs. Vermijd ook onnodige opvul-ingrediënten zoals graszaden en linzen. Deze bieden vogels weinig voedingswaarden en ze gooien deze gewoon op de grond. Pinda’s zijn van oudsher favoriet bij bijna alle tuinvogels. Er zijn echter grote verschillen in type, grootte, oliegehalte en kwaliteit. Daarnaast zijn pinda’s erg gevoelig voor aflatoxine, een gif dat geproduceerd wordt door een schimmel. Vogels zijn (nog meer dan mensen) vatbaar voor vergiftiging door aflatoxine. Alleen pinda’s met een onafhankelijk EU certificaat waaruit blijkt dat ze recent zijn getest, zijn veilig. Helaas is het zo dat pinda’s die deze test niet doorstaan als vogelvoer worden verkocht. Vetproducten zijn een waardevolle bron van natuurlijke energie voor vogels. Vetbollen zijn overal te koop, vaak in voor vogels schadelijke netjes. De kwaliteit loopt echter sterk uiteen. Goedkope vetbollen zijn vaak gemaakt van afvalproducten, zoals oud frietvet. Deze vetbollen bieden tuinvogels niet alleen nauwelijks energie, maar zijn vaak ook nog enorm schadelijk voor hun gezondheid door alle slechte stoffen die erin zitten. Let ook bij vetproducten dus altijd op de energiewaarde.

Tip 4: Zorg ’s winters voor voedsel met een extra hoge energiewaarde

Om de lange, koude winternacht te kunnen overleven moeten tuinvogels al hun vetreserves aanspreken. Zo raken ze per nacht soms wel twintig procent van hun lichaamsgewicht kwijt. Overdag hebben ze slechts acht uur de tijd om voedsel te vinden om die tekorten weer aan te vullen. Hoe meer calorieën het voer dat ze dan vinden heeft, hoe beter. Help vogels door het aanbieden van zonnebloemkernen en pinda’s met een extra hoge energiewaarde. Deze ingrediënten verwerkt Vivara niet alleen in de voedermixen, maar ook in pindacakes, vetblokken en vogelpindakaas.  Stuk voor stuk producten boordevol essentiële oliën en vetten, waar tuinvogels een enorme energieboost van krijgen.  

Tip 5: Gebruik een geschikt voedersysteem

Er is een uitgebreid aanbod aan vogelvoedersystemen. Kijk eerst eens welke vogelsoorten je al in je tuin hebt en welke soorten je zou willen hebben. Voedertafels zijn populair bij veel soorten vogels en passen in vrijwel iedere tuin. Zeker vogels die hun voedsel het liefst laag bij de grond zoeken, weten de voedertafel te vinden. Denk daarbij aan de roodborst, de heggenmus, winterkoning, vinkachtigen of de merel. Een goede voedertafel heeft opgehoogde randen tegen het wegwaaien van voedsel, kent een snelle afvoer van water, is makkelijk schoon te maken en heeft geen dak. Voedersilo’s, de doorzichtige kokers van UV gestabiliseerd polycarbonaat, zijn geliefd bij bijvoorbeeld mezen en groenlingen. De silo’s zijn sterk en gaan jarenlang mee. Het grote voordeel is dat het voer in de silo droger blijft en dus langer houdbaar is. Voederhuisjes zijn vaak van hout en staan al dan niet op paal. Kies voor een huisje met een FSC logo; dit geeft aan dat het product uitsluitend hout bevat afkomstig uit goed beheerde bossen. Tegenwoordig maakt het traditionele houten voederhuisje steeds vaker plaats voor een modern paalsysteem. Zo’n paalsysteem is vaak gemaakt van weerbestendig materiaal en combineert de mogelijkheden tot het aanbieden van meerdere soorten vogelvoer en zelfs water.  

Tip 6: Zorg dat er voldoende water beschikbaar is

Bied vogels zowel ’s zomers als ’s winters water aan en zorg dat de waterschaal schoon blijft. Als er in de winter sneeuw of rijp ligt, gebruiken vogels dat als waterbron. Wanneer er geen sneeuw ligt en het water is bevroren, maken de vogels graag gebruik van een waterschaal. Tijdens zeer koude dagen kun je het ijs met een hamer breken. Deze kleine ijsblokjes eten de vogels op, ze smelten in hun maag. Dat vogels badderen tijdens de winter is geen probleem, in natuurlijk water badderen ze zich ook. Doordat het verenkleed is ingevet rolt het water er direct vanaf. Soms wordt ten onrechte geadviseerd om zout of suiker aan het water toe te voegen zodat het water niet bevriest. Doe dit zeker niet, want grote hoeveelheden suiker kunnen schadelijk en dodelijk zijn voor vogels. Ook gaat het verenkleed plakken als vogels badderen in suikerwater, waardoor het minder goed isoleert tegen kou. Zout is erg ongezond voor vogels, ze krijgen er alleen nog maar meer dorst van.

Tip 7: Voorkom dat vogels gestoord worden op de voederplaats

Vogels houden van een rustige plek om te eten. Dichtbij beschutting en niet al te dicht bij mensen. De ideale voederplek biedt goed uitzicht op de omgeving en er is een plant of struik nabij waar vogels snel in kunnen vluchten bij onraad. Zo voelen ze zich op hun gemak en kunnen ze ongestoord eten. Groenlingen en goudvinken daarentegen hebben juist de voorkeur voor een open voederplek.
Wees voorzichtig met katten. Heb je zelf een kat of komen er veel katten in je tuin, dan is de ideale locatie voor je voederplaats een plek waar geen laag groeiende planten of struiken staan. Dit verkleint de kans op een hinderlaag en zo kunnen grondvogels het voer dat uit devoedersilo is gevallen rustig opeten van de grond. 

Tip 8: Hang vroegtijdig een nestkast op

Goede huisvesting is voor vogels steeds moeilijker te vinden. Steeds meer natuurlijke nestplaatsen verdwijnen: akkers worden armer, gaten en kieren in gebouwen worden gedicht, kapotte dakpannen worden vervangen en oude boomholtes zijn zeldzaam. Je helpt vogels dus echt met het ophangen van één of meerdere nestkasten. Hang een nestkast liefst al in het najaar op, maar op zijn laatst in februari, enige tijd voor aanvang van het broedseizoen. Zo kunnen vogels alvast wennen aan de kast en hem gebruiken als schuil- en overnachtingsplaats. Koop nooit zomaar een willekeurige nestkast. Kijk eerst welke vogels er bij u in de tuin voorkomen en pas daar de aankoop op aan.

Nestkasten

Tip 9: Waar moet je op letten bij het kopen van een nestkast?

Nestkasten zijn er in verschillende vormen en maten. Het aanbod is zo divers omdat vogels erg kieskeurig zijn in het ophangen van een goede nestplaat. Mussen, mezen, boomklevers en bonte vliegenvangers bijvoorbeeld willen het liefst een nestkast met een kleine invliegopening. Vogels als roodborsten, winterkoninkjes en merels zijn juist weer op zoek naar meer open nestkasten met een lage voorzijde. De grootte van de invliegopening is bepalend voor de bewoner van de nestkast. Hier volgen enkele diameters:
Ø 25-28 mm: kleine mezen, zoals de pimpelmees en zwarte mees
Ø 32-35 mm: grote mezen zoals koolmees en kuifmees, boomklever, bonte vliegenvanger, huismus, ringmus en gekraagde roodstaart.
Ø 45 mm: spreeuw en grote bonte specht
Halfholen: roodborst, grauwe vliegenvanger, witte kwikstaart, merel, gekraagde roodstaart en zwarte roodstaart.

Tip 10: Waar kun je een nestkast het beste ophangen?

Hang een nestkastniet in de volle zon, wind of regen. Hang de invliegopening daarom het liefst naar het noorden, noordoosten of oosten. Hang de nestkast op een rustige plaats en op minimaal 1,5 tot 2 meter hoogte, zodat katten er niet bij komen. Plaats de nestkast naast beplanting. Het helpt jonge vogels bij hun eerste vlucht en geeft ze fysieke ondersteuning en goede beschutting. Hang de kasten niet te dicht bij elkaar. Kasten voor verschillende soorten, bijvoorbeeld pimpelmees en koolmees, moeten minimaal drie meter uit elkaar hangen. Kasten voor dezelfde soort moeten minimaal tien meter uit elkaar hangen. Veel vogels hebben in de broedtijd een territorium, nestgelegenheden dicht bij elkaar leiden tot onderlinge ruzie en dat kost onnodig veel energie. Hang voor koloniebroeders zoals huiszwaluwen, huismussen en gierzwaluwen wel meerdere nesten naast elkaar. Verplaatst een nestkast wanneer deze twee broedseizoenen onbewoond blijft.

Tip 11: Wat is een goede nestkast?

De vliegopening van een nestkast is belangrijk, de vorm van de nestkast daarentegen niet. Wanneer een nestkast voor een bepaalde vogel te groot is, zal hij deze van binnen opvullen met takjes en veren zodat deze wel aan zijn behoeften voldoet. Goede nestkasten zijn gemaakt van hout of houtbeton. Koop geen nestkast met een zinken dak. Dit ziet er weliswaar mooi uit en de winkels staan er ook vol mee, maar in werkelijkheid zijn het moordvallen.  De binnenruimte van een dergelijke nestkast wordt door de werking van zink met de zon zo warm dat jonge vogels zullen verbranden en verdrogen. Kijk ook eens naar een nestkast van houtbeton. Deze nestkasten bereiken in het voorjaar eerder de geschikte temperatuur voor broeden zodat de vogels tijdig beginnen met een nest. Dit vergroot de kans op een tweede of derde legsel per jaar! Bovendien zijn houtbeton nestkasten zeer duurzaam.

Bonus tip: Bekijk onderstaande video



Nieuwsbrief

Laat je e-mail adres achter en wij sturen je nieuwe tips, acties & meer wanneer deze beschikbaar zijn. Wij versturen niet meer dan 3 e-mails per maand!    

Roodborstje

 

Ontvang meer tips!