Bosuil

Bosuil

Dik, met een grote kop. De Bosuil (Strix aluco) heeft zwarte ogen in een rond gezicht. Heeft brede afgeronde vleugels. De Bosuil heeft geen oorpluimen.

Adult: de kleur van de kop, de bovendelen en bovenvleugels zijn oranjebruin tot vaal bruin met donkere strepen. Verdere onderdelen geelbruin en witachtig met donkere strepen en banderingen.

Juveniel: heeft een donskleed. De bovendelen zijn bruin tot oranjebruin gekleurd. Verdere onderdelen grijsachtig geelbruin met witte en bruine bandering. Wordt adult na de rui juni-november.

Bekijk al onze bosuilproducten

Grootte
36-40 cm lengte. De spanwijdte varieert van 94-104 cm

Gewicht
330-440 gram

Habitat
Heel Europa in oude bossen, parken en buitenwijken

Nest
Bij voorkeur in boomholten, ook gaten en nissen in gebouwen en rotsholten en in nestkasten. Ook oude nesten worden gebruikt. Nestmateriaal bestaat uit stukgebeten braakballen.

Jongen
3-5 witte eieren. Broedtijd 28-29 dagen door het vrouwtje

Voedsel
Kleine vogels, mollen, ratten, vleermuizen, kikkers, padden soms ook insekten. Het vrouwtje, dat iets groter is dan het mannetje, vangt ook wel eens jonge hazen, konijnen en duiven.

Klank
Scherp ke-wiek, juveniel schril toe-wit, zang langgerekt, bevend hoew...woe-woe-oe-oew

Karakteristieke kenmerken
Door de nachtelijke leefwijze van de bosuil is deze maar zelden te zien. Soms wordt zijn aanwezigheid verraden door alarmerende vogels. Bosuilen hebben een vaste plaats om de dag door te brengen. Ze doen dat bij voorkeur in naaldbomen of bomen met veel klimop. Ze zitten dicht tegen de stam op een tak.

‘s Avonds als de uilen actief worden, begint het mannetje te roepen om het territorium af te bakenen. Tijdens de jacht zijn ze meestal stil omdat ze anders hun prooi zouden alarmeren. In de baltsperiode roepen ze vaak wel de gehele nacht door. Tegen de morgen beginnen de mannetjes opnieuw te roepen om het territorium af te bakenen.

In zachte winters begint de balts al in januari, maar meestal begin februari. De bosuil broedt in maart. In april worden de jongen geboren. Het vrouwtje broedt de eieren uit en verlaat het nest alleen om braakballen en ontlasting kwijt te raken. Er worden, afhankelijk van het voedselaanbod, één tot vijf eieren gelegd.  Als er veel voedselaanbod is, wordt er in het nest zelfs een voedelvoorraadje aangelegd. In slechte seizoenen, met weinig voedselaanbod, kan ook wel eens een broedseizoen worden overgeslagen.

De jongen komen na 28 á 30 dagen uit en de eerste tien dagen laat het vrouwtje ze niet alleen. Deze zijn namelijk in eerste instantie blind. Het mannetje voert voedsel aan, het vrouwtje scheurt stukjes vlees zonder haren en botten van de prooi af. Die houdt ze tegen de snavel van de jongen, zodat ze op de tast het voedsel vinden. Uilen hebben zeer gevoelige tastharen, waarmee ze in het pikkedonker prooien kunnen herkennen. Zolang de jonge uilen bezig zijn met de opbouw van hun bottenstelsel, maken ze gebruik van de kalk in de botten van de prooidieren. Uit onderzoek is gebleken dat in de eerste uilenballen die de jongen uitspugen, vrijwel geen botresten voorkomen.

Zodra de jongen iets ouder zijn verlaat het vrouwtje af en toe het nest om mee te jagen. Na vier á vijf weken verlaten de jongen het nest. Ze kunnen dan nog niet goed vliegen en zitten voortdurend in de buurt van het nest op takken om eten te bedelen. Ze worden daarom "takkelingen" genoemd. De jongen komen niet meer terug op het nest. Als ze ongeveer vijftig dagen oud zijn, beginnen ze korte vluchten te maken. In totaal duurt het zo’n twee maanden voordat de jongen zelf in staat zijn een prooi te vangen. Een bosuil is na één jaar volwassen en kan dan voor nageslacht zorgen. Bosuilen kunnen zo’n 10 á 15 jaar oud worden.

Bekijk al onze bosuilproducten

Om u beter van dienst te zijn, maakt Vivara gebruik van cookies. Bezoekt u onze website, dan gaat u hiermee akkoord. Bekijk Privacyverklaring