De vogeltrek is begonnen

Mijn lievelingstijd van het jaar is weer aangebroken: de herfst! Het is nu oktober en de najaarstrek is in alle hevigheid losgebarsten. Miljoenen vogels uit Scandinavië, Oost-Europa en zelf Groenland en Siberië, migreren momenteel door ons land onderweg naar hun overwinteringsgebieden in zuidelijker gelegen oorden. Ik ben gefascineerd door dit natuurspektakel, niet alleen door de massaliteit ervan, maar ook door het uiterst complexe mechanisme erachter. Trekvogels presteren ieder jaar weer het onmogelijke. Neem bijvoorbeeld de boerenzwaluw: het is onvoorstelbaar dat een vogeltje van nog geen 25 gram (5 suikerklontjes) ieder najaar weer op eigen kracht van Nederland naar Zuid-Afrika vliegt, en dat zonder carbon footprint. Daar kunnen wij nog wat van leren. Diezelfde boerenzwaluw weet in het voorjaar haar weg weer feilloos terug te vinden, niet alleen globaal naar Nederland, maar naar exact diezelfde boerderijschuur waar zij een jaar daarvoor haar nestje maakte. Ze oriënteert zich hierbij op het magnetische noorden, dat ze met minuscule ijzerdeeltjes in haar gehoorgang aanvoelt. Daarnaast navigeert ze op de zon en de maan en maakt ze gebruik van geografische structuren als kustlijnen, gebergten, rivieren en tegenwoordig vermoedelijk zelfs de A4. 

Nederland ligt op een kruispunt van trekvogelsnelwegen (migratieroutes) en de Waddenzee en de Delta zijn de belangrijkste tankstations en wegrestaurants. Dit betekent dat je bijna nergens ter wereld zulke enorme aantallen trekvogels kan zien als hier. Niet alleen voor vogels, maar ook voor vogelaars, is Nederland dus een luilekkerland. En je hoeft niet eens per se naar de Waddenzee of de Delta af te reizen voor de vogeltrek (al kan ik iedereen sterk aanraden om dit toch ten minste één keer te doen), zelfs in je eigen achtertuin of vanaf je balkon valt genoeg te beleven. Geloof het of niet: van mijn balkonnetje in hartje Amsterdam nam ik in een paar jaar tijd maar liefst 92 verschillende vogelsoorten waar, inclusief zeearend, boomvalk en zelf een keer een heuse vale gier, een dwaalgast uit Zuid-Europa met een spanwijdte van 2 meter 65!

In de winter hangt ons balkon vol met voedersilo’s, vetbollen en pindasnoeren. Uiteraard zal die vale gier hier niet op af komen – dan zou ik een dood varken op ons dak moeten leggen.

Maar het is wel een komen en gaan van kool- en pimpelmezen, roodborstjes en houtduiven en af en toe een verdwaalde keep of groenling. Ook een luidruchtige bende halsbandparkieten heeft ons balkon ontdekt. Deze Indiase papegaaiachtige werd halverwege de vorige eeuw in ons land geïntroduceerd en is nu met zijn luide gekrijs niet meer uit onze stedelijke omgeving weg te denken. Mijn bovenburen koesteren een gezonde haat jegens deze gifgroen gekleurde exoot, maar ik krijg door zo’n tropische verassing op een druiligere februaridag juist altijd een beetje een vakantiegevoel. Dan sluit ik mijn ogen en waan ik me voor heel even in de tropen, terwijl de Afrikaanse zon op mijn gezicht brandt en boerenzwaluwen boven de savanne op insecten jagen.

Happy birding!

Arjan Dwarshuis

 

Altijd op de hoogte van de laatste vogelnieuwtjes of inspiratie? Schrijf je in voor de nieuwsbrief of volg ons op facebook.