"Waarom zijn eksters en kraaien beschermd terwijl ze vele nesten plunderen?"
28-03-2011 - Rond deze tijd van het jaar ontvangt Vivara vaak soortgelijke vragen van klanten. Wij hebben daarom ook een deskundige van Vogelbescherming Nederland geraadpleegd: Hier volgt een uitgebreid en bovendien interessant uitleg over dit onderwerp!
KRAAIEN, EKSTERS EN GAAIEN
Kraaiachtigen (kauw, zwarte kraai, ekster, gaai) hebben de reputatie dat ze nesten van zangvogels of weidevogels leeghalen of jonge, pas uitgevlogen vogels opeten. "Wat vindt u daar nu van?" is de vraag die aan Vogelbescherming Nederland wordt voorgelegd. Welnu, het is natuurlijk onplezierig wanneer een nestje dat we uiterst voorzichtig en met aandacht in z'n ontwikkeling volgen, plotseling wordt leeggeroofd. Als we zien dat een kat of kraai op het punt staat een nest leeg te halen, proberen we dit te verhinderen. Echter, het is de natuur.
Ecosysteem
Men kan constateren dat eten en gegeten worden een basisprincipe is in de natuur, of we dat nu leuk vinden of niet. Een plant die wordt leeggezogen door een vliegje wekt geen medelijden. Op de spin die dat vliegje vangt wordt men niet woedend, evenmin op de merel die het spinnetje vangt. Maar als een jonge merel of een legsel wordt belaagd door een kraaiachtige, wil men ingrijpen omdat men het zo zielig vindt. Sommige mensen knijpen een oogje toe als een roofvogel een mereljong pakt, maar gunnen kraaien en eksters deze prooi niet. Anderen gaan zelfs zover dat ze nesten van kraaiachtigen vernietigen: een dode merel is volgens hen wel zielig, een dode jonge ekster niet. We willen maar zeggen dat mensen die van de natuur houden, er allerlei gevoelens bij hebben. Dat is ook logisch, maar het is geen goede basis voor beheersmaatregelen.
Vogelbescherming Nederland meent dat biologische argumenten de basis moeten zijn van een eventueel beheer. Een belangrijk biologisch argument zou kunnen zijn dat populaties van zangvogels of weidevogels worden bedreigd door kraaiachtigen. Hiervoor bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat de aantallen predatoren (uilen, roofvogels, vossen, kraaien) gewoonlijk door hun prooiaantal worden bepaald: hoe meer prooidieren hoe meer predatoren en dus niet: hoe meer predatoren hoe minder prooidieren. Dit is overigens wetenschappelijk bewezen.
Natuurlijke selectie
Een ander basisprincipe is dat van de natuurlijke selectie. Gewoonlijk produceren dieren en planten grote aantallen nakomelingen waarvan er maar een paar in leven blijven om de populatieaantallen constant te houden. Alleen de sterkste individuen blijven over (dit houdt de populatie gezond) en de rest dient tot voedsel voor andere dieren. Dat is maar goed ook, want als alle jonge merels bleven leven dan zou één paar merels na vijf broedseizoenen maar liefst 15.550 nakomelingen hebben (uitgaande van 10 jongen per jaar). Na 10 jaar zouden er al vele miljoenen merels zijn uit dat ene paar.
Toename
Er lijkt een toename te zijn van kraaiachtigen. Dit is echter maar ten dele waar. De aantallen gaaien is al heel lang stabiel en eksters zijn in aantal afgenomen. Alleen de kauw en de zwarte kraai zijn toegenomen, maar deze aantallen zijn alweer gestabiliseerd. Als we alle broedparen van alle kraaiachtigen bij elkaar optellen, zijn er 390.000 broedparen. Hieronder volgt ter vergelijking het aantal broedparen van enkele zangvogels:
- Merel: ruim 1.000.000
- Huismus: 500.000 – 1.000.000
- Spreeuw: 700.000
- Koolmees: 550.000
- Roodborst: 400.000
- Pimpelmees: 300.000
De aantallen huismussen en spreeuwen zijn de laatste jaren afgenomen, maar dat komt vooral door een tekort aan goede nestgelegenheid. Met de andere zangvogels gaat het erg goed. Kraaiachtigen hebben geen invloed op de aantallen van deze vogels.
In de buurt van de mens (in dorpen en steden) worden wel vaker kraaiachtigen gezien. Dit hangt onder meer samen met het vele voedsel dat ze op vuilnisbelten, langs de wegen en in bebouwde gebieden kunnen vinden. Veel vogels trekken van het platteland en bossen naar woonwijken. Dit komt omdat de havik in die gebieden in aantal is toegenomen. Kraaiachtigen vormen een belangrijk aandeel in het voedsel van haviken.
Positieve aspecten
Tenslotte moet men ook de positieve aspecten van de kraaiachtigen niet vergeten: ze zijn mooi, intelligent, ze ruimen afval op en ze bouwen nesten waarvan torenvalken en ransuilen kunnen profiteren. Bovendien bestaat het hoofdvoedsel van de meeste kraaiachtigen uit insecten die voor de landbouw schadelijk zijn. Daarnaast eten ze ook veel zaden.
Kortom: Kraaiachtigen zijn nuttig, horen in onze natuur en ze houden de populaties zangvogels vitaal. Er is dus geen enkele reden om in te grijpen.
BRON: VBN
|