Sijs (Carduelis spinus)
De sijs is een kleine en sierlijke vink-achtige en ongeveer evengroot als de pimpelmees. Hij heeft een relatief slanke, spitse snavel en een korte, duidelijk gevorkte staart. Hij heeft een gele vleugelstreep en gele staartzijden. De bovenzijde van de sijs is groenachtig en zijn onderzijde is wit. De flanken en rug zijn gestreept. Bij het mannetje zien we een zwarte kopkap, een kleine zwarte kinvlek en een gele borst. Bij het vrouwtje zien we meer grijs-groene kleuren en bij haar ontbreekt de kopkap. Het juveniel is krachtig gestreept en heeft bruinachtige tinten op zijn rug en hij heeft een bleke kop.
|
 |
Foto, film en geluid |
 |

De Vivara MediaplayerDe mediaplayer opent zich in een nieuw venster en maakt gebruik van Macromedia Flash 7.
Indien deze plug-in niet aanwezig is op uw systeem zal de mediaplayer hier melding van maken en u een link presenteren waar u deze plugin gratis kunt ophalen en direct kunt installeren. In sommige gevallen is hierna een herstart van uw computer noodzakelijk.
De Macromedia Flash plugin is 100% veilig en installeert geen andere programma's op uw computer.
Indien u een relatief langzame internetverbinding heeft (bijvoorbeeld via een inbel-modem) kan het enige momenten duren voordat de film- en geluidsbestanden te bekijken en beluisteren zijn.
Mocht u problemen ondervinden bij het gebruik van de mediaplayer, neem dan contact met ons op door een email te sturen naar info@vivara.nl.
 |
Sijs (Carduelis spinus) |
 |

Grootte
Kleiner dan de huismus met zijn 12 cm. Zijn spanwijdte is 20 tot 23 cm.
Gewicht
10-14 gram
Habitat
De sijs broedt in sparrenbossen en gemengde bossen met sparren. Tijdens het foerageren zijn ze vaak in berken en elsen te vinden, maar in de broedtijd zijn ze onopvallend en verborgen.
Nest
Het nest van de sijs wordt gemaakt van halmen, mos en korstmost. Het ligt meestal hoog in naaldbomen.
Jongen
De sijs broedt in april-juli met 2 broedsels. Per legsel 3 tot 5 roodgestreepte, lichtblauwe eieren.
Voedsel
De sijs eet bijna alleen zaden van loof- en naaldbomen, ook hun jongen eten voorgeweekte zaden. Verder eten ze insecten.
Klank
De sijs roept kenmerken, een iets dalende 'tsuu'. Als de sijs opvliegt laat hij een korte 'tet' horen en soms een meervoudige 'tetetet'. Er is sprake van een zachte, kwetterende zang met soms langgerekte tonen en het wordt vaak voorgedragen in vleermuisachtige baltvlucht. De sijs heeft een weemoedige vluchtroep.
Luister nu!
Karakteristieke kenmerken
Sijzen broeden slechts weinig in Nederland, maar in de sparrenbossen van Scandinavië is de soort erg talrijk. Sijzen kunnen in sommige jaren tamelijk algemeen zijn in Nederland, en het daarop volgende jaar weer vrijwel volledig ontbreken als broedvogel. In de winter kunnen grote aantallen sijzen Nederlandse tuinen bevolken. Het is vooral een zaadeter. De spitse kegelvormige snavel is bij uitstek geschikt om zaden uit sparappels, elzenproppen en berkenkatjes te peuteren. Maar ze eten ook van het fijne nyerzaad
|
|
 |
Bijpassende producten |
 |


Terug naar de tuingids
|